Kaart met enkele dorpen rond de Friese Meren

Legenda:

Strandwal Strandwal
Pleistocene zandgronden Zandgrond
Stuwwallen uit het Saalien Stuwwallen
Veen Veen
Zee Wateren, binnen- en buitendijks
Intergetijdengebied Intergetijdengebied
Zeekleivlakte Kwelder
Kwelderruggen en oeverwallen Kwelder- en oeverwallen
Zeedijken Zeedijken
Bedijkte polders Bedijkte kwelders

Onder het kaartje zitten de namen van ongeveer 175 meren en plassen verborgen. Je kan die zichtbaar maken door ze met de cursor aan te wijzen.

- Van nog aanwezige meren zie je de Friese
  naam met daarachter een Nederlandse
  naam als die er is. De kaart toont de vorm
  zoals die in 1718 is vastgelegd
- Van drooggelegde of dichtgegroeide meren
  zie je de naam van de Schotanuskaart met
  daarachter: (Schotanus 1718). In een enkel
  geval wordt de naam van de topografische
  kaart uit 1850 gebruikt. Eventuele
  alternatieve namen staan er achter.


- Vos et al. 2011
- Rienks & Walther 1954
- Kamping et al. 1976 afb.1
- Schotanus & Halma 1718
- Topotijdreis z.d.
- Geo-portaal Provincie Fryslân 2024
    Archeologische kaart (FAMKE)
    Cultuurhistorische kaart Fryslân: Dijken

Kaart met enkele dorpen rond de Friese Meren

Dit kaartje geeft een impressie van de situatie in het merengebied aan het eind van de 17e eeuw. Het Friese Merengebied is gevormd als gevolg van middeleeuwse landbouwontginningen in de venige laagte tussen zand en kwelder. Door bodemdaling ontstonden problemen met de waterafvoer en tijdens stormvloeden kon de zee stukken veen afslaan. Hierbij is klei over het landschap afgezet. De bekende watersportdorpen in het gebied waren eerder centra van landbouw, visserij en handel. In de Alde Feanen rond Earnewâld, tegenwoordig ook een bekend knooppunt voor de watersport, lagen aan het eind van de 17e eeuw nog veel lage drassige hooilanden. De grootschalige industriële afgraving van laagveen moest toen nog beginnen, met als gevolg het bekende plassengebied van de Alde Feanen.

Om deze kaart te maken heb ik de Schotanuskaart van 1718 over blad 1500 n.Chr. van de Paleogeografische kaart van Nederland gelegd en een groot aantal verdwenen meren toegevoegd. In 1718 waren veel kleine- en middelgrote plassen nog niet ingepolderd, de bekende grote meren lagen er vrijwel hetzelfde bij als tegenwoordig. In het oosten was men begonnen met het grootschalig steken van turf in de hoogvenen. Vanuit It Hearrenfean steekt de Schoterlanse Compagnonsvaart met wijken als een visgraat in het hoogveen, vanuit het noorden komt de Opsterlandse Compagnonsvaart die in hetzelfde veengebied actief is. Ook in het noorden bij het Burgumermar (de Leien) en in het zuiden in de Rottige Meente zien we sporen van turfwinning.

Fryslansite ©Hendrik van Kampen